Deze muziekstijl begon zich vanaf de jaren 30 te ontwikkelen als reactie op Griekse folkmuziek. Laïko was sneller en had minder zware onderwerpen zoals liefde, de zon en genieten van het leven en in het het midden van de jaren vijftig was het al heel populair. Sommigen beschouwen de stijl ten onrechte als een soort folk/traditionele muziek. De muziek van de middenklasse, en het valt niet te ontkennen dat deze op basis van de Griekse folklore tot stand is gekomen.
Het genre bleef ongeveer hetzelfde voor de volgende 30 jaar. In de jaren 60 en 70 veranderde het genre geleidelijk, waarna de stijl van de jaren 30 de naam laïko tragoudi kreeg. Wat in de jaren 60 en 70 ontstond, kreeg de naam klassiek laïko. Dit genre werd gedomineerd door zangeressen die ballades zongen met lange uithalen en een laag tempo. Griekse volksliederen werden in Griekenland in het verleden “dimotika tragudia” /letterlijk volksliederen/ genoemd, maar het wordt nu geaccepteerd om ze “paradosiaka” /traditioneel/ te noemen om te benadrukken dat het volkswerken zijn, in tegenstelling tot originele liedjes.